HET SCHOOTSVELD

Aan het einde van de 18e en het begin van de 19e eeuw was het effectieve schootsbereik van kanonnen ongeveer 800-1000 meter. Met musketten kon circa 400 meter worden overbrugd, maar voor gericht vuur was 75-100 meter gangbaar. De verdedigers schoten vanuit gedekte posities op de aanvallers. Om dit voordeel te behouden werd het schootsveld ‘vrijgemaakt’: bomen werden gekapt en huizen werden verbrand.

Bovenste vitrineplaat

Op de bovenste plaat van de vitrine liggen massieve ijzeren kanonskogels die in 1984 zijn gevonden bij baggerwerk in het Fort aan de Buursteeg. De kleine loden kogels zijn gevonden bij Rhenen en de Amerongse berg. Vooraan ligt een sabelbajonet die vanaf 1870 werd gebruikt door het Nederlandse leger. Het metalen kruis betreft een ereteken voor militairen die deelnamen aan de Tiendaagse Veldtocht (1831) tegen België dat voor onafhankelijkheid streed. Toen de Belgen daarin slaagden werd de Grebbelinie weer belangrijk en in ere hersteld.

Middelste vitrine plaat

Op de middenplaat liggen grote ijzeren granaatscherven uit de 18e eeuw. Ze werden gevonden in de gracht van het Fort aan de Buursteeg. Een andere vondst betreft een hoefijzer dat gedateerd wordt: eind 18e eeuw. In die periode waren Nederlandse, Franse en Britse ruiters actief in het fort. Een tekening toont tenslotte het profiel van de Grebbelinie in de 18e eeuw.

Onderste vitrine plaat

Op de bodemplaat ligt een plattegrond van het Hoornwerk aan de Grebbe, dat de belangrijke sluis bij de Grebbeberg moest beschermen. Door deze sluis kon inundatiewater uit de Nederrijn worden ingelaten voor de Grebbelinie. De schaal rechts herinnert aan de verbinding met de Betuwestelling vanaf 1799.