EEN OMGEKEERDE LINIE

Het Nederlandse leger wist vijf dagen weerstand te bieden tegen de Duitse troepen, maar capituleerde kort na het bombardement op Rotterdam. De bezetting begon en zou vijf jaar duren. In 1944-’45 zou het Duitse leger zich langs de Grebbelinie ingraven tegen het geallieerde leger. Men noemde dit achtereenvolgens de Pantherstellung en de Grebbestellung. De laatste was net als de Grebbelinie weer gericht op het oosten.

Bovenste vitrineplaat

Op de bovenste plaat liggen hulzen van Nederlands geschut in de Grebbelinie. Bij Scherpenzeel functioneerde de Nederlandse artillerie uitstekend, maar bij de Grebbeberg was de ondersteuning aan de ingegraven infanterie onvoldoende.

Tweede vitrineplaat

In het gebied van de Pantherstellung mochten geen burgers komen. Zonder geldige papieren konden burgers in dit spergebied ter plaatse worden doodgeschoten. Ook met de vereiste vrijstellingen konden paarden en fietsen nog altijd worden gevorderd. Om dat te voorkomen waren extra papieren vereist. Een aantal van deze vrijstellingen en een persoonsbewijs zijn zichtbaar op deze vitrineplaat.

Derde vitrineplaat

Op deze vitrineplaat zijn luchtfoto’s zichtbaar die door de RAF zijn gemaakt. Op de foto’s zijn loopgraven bij De Roode Haan te zien (22 januari 1945), bomkraters naast de spoorbaan (23 maart ’45), inundaties bij Bunschoten (15 maart ’45) en een bescheiden onderwaterzetting bij Amersfoort (13 april ’45).

Onderste vitrineplaat

Op de bodemplaat liggen een afstandsmeter en een karabijn. De laatste werd pas ver na de oorlog teruggevonden met een metaaldetector. Het wapen was in 1940 door kinderen in de grond verborgen.